Regels en criteria

Het doel van de voedselbank is om die mensen, die per maand minder dan een bepaald bedrag beschikbaar hebben als leefgeld, een steun in de rug te geven. Dat doen we door hen, op verzoek van professionele hulpverleners, een wekelijks voedselpakket te verstrekken.

Voor de toekenning van een voedselpakket worden strenge regels en criteria gehanteerd. Hieronder volgt een samenvatting van deze criteria:

(Voor een compleet overzicht, zie: Voedselbank toekenningscriteria voor de aanvraag van een voedselpakket)

Toekenningscriteria per 1 januari 2017

1.   Inleiding/algemeen

Stichting Voedselbanken Nederland brengt na (in)direct overleg met alle voedselbanken in het land het volgende, landelijk geldende, voorschrift uit inzake de wijze waarop het leefgeld wordt berekend bij de vaststelling of een aanvrager in aanmerking komt voor ondersteuning (door middel van het verstrekken van een voedselpakket) door de Voedselbank.

Een werkgroep van ervaringsdeskundigen op het gebied van intake en her controle heeft het bestuur en de Algemene Ledenvergadering in de ALV van 25 april 2015 geadviseerd over wijzigingen in de toekenningscriteria. Dit advies is integraal overgenomen. De nieuwe normbedragen zijn als volgt vastgesteld:

Basisbedrag per huishouden: € 120,-.
Per persoon: € 80,-.

Uitgangspunt is, dat per huishouden slechts 1 pakket wordt verstrekt.

Het normbedrag voor toelating conform criteria en de grootte van het voedselpakket worden met name bepaald door het aantal inwonende gezinsleden.

De normbedragen worden dan in de navolgende situaties:
1 persoon was 180, wordt 200 euro
2 volwassenen was 250, wordt 280 euro
1 volwassene en 1 kind was 250, wordt 280 euro
1 volwassene en 2 kinderen was 320, wordt 360 euro
2 volwassenen en 2 kinderen was 390, wordt 440 euro
1 volwassene en 3 kinderen was 390, wordt 440 euro

Zowel bij de inkomsten als bij de uitgaven geldt dat bedragen die betrekking hebben op een kortere of langere periode worden omgerekend tot een bedrag per maand.

Wekelijkse bedragen x 4,3333
4-wekelijkse bedragen x 1,0833
Kwartaalbedragen / 3
Jaarbedragen / 12

2. Inkomsten

Hieronder vallen alle netto inkomsten, inclusief toeslagen en (voorlopige) teruggaaf Inkomstenbelasting van aanvrager, van de partner of inwonende volwassene waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd. Voor inwonende (kostgeld verdienende) kinderen of andere familieleden wordt uitgegaan van een bijdrage van € 200,- en bijvoorbeeld het kindgebonden budget moet ook worden meegeteld.

Niet meegeteld worden:

      • Inkomsten die een specifiek doel hebben, zoals langdurigheidstoeslag, bijzondere bijstand en kleine inkomsten uit hobby
      • Vakantietoeslag
      • Kinderbijslag
      • Studiefinanciering inwonende kinderen
      • Persoonsgebonden budget (PGB)
      • Neveninkomsten van kinderen zoals krantenwijk, bijbaantje e.d.

 

3. Uitgaven

Bij de uitgaven worden alleen de kosten meegenomen die betrekking hebben op de personen van wie inkomen is meegeteld. Kosten die bijvoorbeeld vanuit de kinderbijslag of persoonsgebonden budget worden voldaan dus niet meetellen. De meest voorkomende zaken die bijna alle uitgaven afdekken zijn:

      • Huur
      • Rente en aflossing hypotheek
      • Energie en water
      • Premie zorgverzekering (inclusief wettelijke bijdrage)
      • Kosten overige zorgnota’s die niet worden vergoed (m.u.v. eigen keuze behandeling)
      • Premie overige verzekeringen (zoals: inboedel-, WA- en begrafenisverzekering)
      • Telefoon, TV en Internet (werkelijke kosten met een maximum van € 60,– p.m.)
      • Gemeentelijke belastingen (voor zover die daadwerkelijk worden betaald)
      • Belastingen Waterschap (voor zover die daadwerkelijk worden betaald)
      • Aflossing van schulden (schulden aan familieleden worden in beginsel niet meegenomen)
      • Kosten kinderopvang mits noodzakelijk
      • Overige uitgaven dienen altijd gespecificeerd te worden

Niet meegeteld worden:

      • Autokosten (tenzij aantoonbaar nodig voor werk of om medische redenen)
      • Kosten van huisdieren
      • Premie voor spaar-, pensioen- of overlijdensrisicoverzekering met spaarelement, voor zover niet verbonden aan de eigen woning

 

4. Hardheidsclausule

Het is onmogelijk om alle situaties te vangen in regeltjes. Indien het toepassen van de hiervoor vermelde regels, in zeer bijzondere situaties, tot ongewenste situaties leidt, kan de beoordelaar van de Voedselbank bij uitzondering, maar wel onderbouwd, afwijken van deze regels.