Zuivelproducent Arla bezocht Voedselbank Arnhem

Ruim 10.000 vrijwilligers, 40 miljoen producten per jaar en voedsel voor ongeveer 135.000 mensen in Nederland – deze cijfers laten zien hoe belangrijk het werk van ons; de voedselbank is. Ook Arla Foods draagt een steentje bij: met zo’n 500.000 zuivelproducten per jaar. Arla-manager Dennis Iseger bezocht het distributiecentrum van Voedselbank Arnhem om een kijkje achter de schermen te nemen.

We kennen elkaar al langer

Arla Foods en Voedselbank Arnhem werken al sinds 2009 structureel samen. Sinds die tijd is er een goed werkend proces opgezet. Manager Dennis Iseger legt uit hoe dat in z’n werk gaat: “Elke dinsdag stuurt ons kantoor een mailing naar de voedselbank met een overzicht van de producten die we dan woensdag uitleveren. Op donderdag wordt alles bij de voedselbank verwerkt en op vrijdag gaat het daar de deur uit.” Belangrijke regel: de voedselbank mag geen producten gebruiken als de TGT-datum (te gebruiken tot) is verlopen. De zuivelproducten uit Nijkerk moeten dus op woensdag nog minimaal twee dagen te gebruiken zijn om te verwerken in de pakketten.”

Minder verspilling

Op dit moment levert Arla Foods zo’n 500.000 producten per jaar aan de voedselbank, van verse melk tot yoghurt. “Dat was vroeger meer, maar we slagen er steeds beter in om efficiënter te produceren en minder te verspillen”, aldus Dennis. “Daarmee sluiten we dus goed aan op één van de twee doelstellingen van de voedselbank: verspilling tegengaan. Het gaat er met name om overtollig voedsel – dat anders zou worden weggegooid – te gebruiken voor een goed doel: namelijk om mensen te helpen.”

Verder optimaliseren

De bedoeling is om te kijken of de samenwerking tussen Arla Foods en de Voedselbank nog kan worden verbeterd. Daar hadden algemeen coördinator Marco van der Woude en coördinator voedselverwerving Thom Dieben gelijk ideeën over. “We zouden graag ook op andere dagen zuivelproducten willen ontvangen dan enkel op woensdag, om vaker verse producten aan onze klanten te kunnen leveren.” Volgens Dennis van Arla is er dan nog voldoende ruimte voor optimalisatie.