Interview Thom Dieben, Coördinator Voedselverwerving Voedselbank Arnhem

Voedselbank Arnhem, een voedselbank en distributiecentrum (DC) in één, is in coronatijd ‘gewoon’ open gebleven. Doordat de restaurants gesloten werden, doneerden deze massaal hun voedsel aan de Voedselbank. We hebben nu voldoende voedsel, maar hoe was dat voorheen? We vroegen het Thom Dieben, onze coördinator voedselverwerving. 

Wat doe je precies voor Voedselbank Arnhem?   
Thom DiebenWij, de voedselverwervers, halen binnen wat we binnen kunnen halen. We zorgen voor de inkomende stroom en Voedselbank Arnhem en DC Arnhem verdelen het weer. Voedselbank Nederland is de enige die zo’n 150.000 mensen te eten geeft: bedrijven kunnen niet meer om ons heen.” 

Hoe ben je er terecht gekomen?
Ik ben bijna zes jaar geleden begonnen als voedselverwerver. Hiervoor heb ik een communicatieadviesbureau gehad. Rond mijn pensioen wilde ik wat nuttigs doen. Ik houd van koken en ben in voedsel en milieu geïnteresseerd. Ik heb het toen een tijd alleen gedaan totdat Kees Bakker zich aanmeldde en later zijn zwager Nico Julsing meekwam. 

Hoe ziet het team er nu uit?
Het team Voedselverwerving bestond uit drie personenHeel verdrietig is Kees in maart aan Corona overleden. Nico en ik hebben nu om de week dienst en op zondagavond een overdracht. Zo heb ik ook nog tijd om als coördinator andere organisatorische dingen te doen. 

Vroeger werden de bedrijven benaderd voor voedsel. Is dat nog zo?
We werken landelijk, regionaal en lokaal. Landelijk is het aanbod fors toegenomen. Via mail en telefoon krijgen we aanbod van bedrijven, waarna wij beoordelen of we het willen hebben. De oprichting van Voedselbanken Nederland is een ontzettend goede vondst, we zijn professioneler geworden. De voedselveiligheid is gecertificeerd en we staan onder kwaliteitsbewaking. Hierdoor hebben bedrijven zekerheid dat er op een goede manier met hun producten wordt omgegaan. 
Met de meeste grote leveranciers en supermarkten hebben we landelijke contracten. We maken logistieke afspraken met hen, vervolgens komt een stroom op gang. Bijvoorbeeld: van Friesland Campina komt elke zondagochtend om 9 uur een appje binnen met het zuivelaanbod voor de nieuwe week. 

Wordt er veel op landelijk niveau voedsel verworven? 
Landelijk wordt steeds meer voedsel verworven. In het afgelopen jaar zo’n 50% van ons aanbod, de andere 50% verwerven we regionaal en lokaal. De landelijke contracten leveren heel veel op. Je moet dan denken aan Unilever, Friesland Campina en Albert Heijn. Vanuit de tien DC’s die Nederland telt, worden alle voedselbanken bediend. DC Arnhem krijgt een evenredig deel16% van het landelijke aanbod.”

Werken jullie ook met regionale bedrijven?
Als de regionale bedrijvenbijvoorbeedl BiezeNabuursArla, of Dr. Oetker, meer aanbod hebben dan wij kwijt kunnen, bieden we dat landelijk aan. Zo wordt het aanbod netjes over Nederland verspreid. Vanuit regionale en lokale leveranciers verschilt de inhoud van de kratten van plaats tot plaats. DC Arnhem bevoorraadt 26 voedselbanken in ons gebied met zoveel mogelijk dezelfde productenAlles wat wij binnenhalen en accepteren zetten we in een soort ‘goederenapp’. Daarin ziet afdeling Opslag wat er die week binnenkomt. Dat is vooral van belang als je kort houdbare producten hebt.”  

En hoe gaat het in de regio?
Voor een deel krijgen we voedsel van de supermarkten. En van Bakker Hillvers, koffiebedrijf Peeze bijvoorbeeld: zij leveren al jaren aan Voedselbank Arnhem, geweldig! Verder krijgen we veel van particulieren. Er kwam bijvoorbeeld net een man die met pensioen ging bij de Provincie en na het trakteren een mokkataart over had. Die kwam hij zojuist brengen.”  

Over welke hoeveelheden praten we dan?
“Thom: “Dus van één mokkataart tot gigantische hoeveelheden. De grootste partij die ons werd aangeboden, was een partij appel/perenmoes bestemd voor de Franse markt. Dat waren 650 pallets, twintig vrachtwagens vol! Het probleem was dat bij 1 op de 10 potjes het dekseltje er absoluut niet afkwam. De opdrachtgever heeft daarop de partij afgewezen. Dat werd verdeeld over heel Nederland. Het is een prachtig product; iedereen vindt appelmoes lekker en het blijft heel lang goed. We mochten de partij alleen accepteren als we toezegden dat we op elk potje dat we uitgaven, een sticker opplakten, waarop stond: ‘Krijgt u het dekseltje niet open, dan moet u er een gaatje in prikken’. Zo hebben we vorig jaar 5,6 miljoen producten verworven en gedistribueerd.

Waarom krijgen wij al deze producten? 
“Er is een bizarre wetmatigheid: 75% van de producten gaat onder normale omstandigheden de deur uit en met 25% is iets mis. Mis in planning, marketing, productie, transport, opslag, of in de detailhandel. Daar moeten wij het van hebben. Zo werd ik gebeld door de Heinzfabriek in Elst, waar ketchup en sandwichspread wordt gemaakt. Er was geen THT-datum (red: ten minste houdbaar) op het dekseltje van de sandwichspread geprint. Het moet op papier staan. Als de THT-datum klopt en wij dat aan onze klanten kunnen communiceren, mogen wij het product accepteren. Als producent moet je de partij vernietigen óf je kunt het aan de voedselbank geven.” 

Thom heeft nog een voorbeeld: “Dr. Oetker had eens een partij pakken pannenkoekenmix geproduceerd die niet 400 gram maar 370 gram bevatten. En als je dat verkoopt ben je schuldig aan een economisch delict: je verkoopt minder dan je zegt. Dat waren 98.000 pakjes! Bij grote bedrijven gaat het meteen om immense hoeveelheden als je al maar 1% uitval hebt. In veel fabriekshallen dondert er wel eens een pallet om of er rijdt een vorkheftruck met zijn lepels in een pallet. Voor de producenten is het te veel werk om de goede producten eruit te halen: dat kost geld. Tegenwoordig halen we die pallets eenper week op en die zoeken we hier in onze hal uit. 95% hiervan is nog goedvanwege een lange THT-datum. 

 ‘Het DC in Arnhem heeft vorig jaar 5,6 miljoen producten binnengehaald.’ 

Kan het naar de Voedselbank?
Bedrijven zijn zich er steeds meer van bewust: eten weggooien dat doe je eigenlijk niet. Dat besef dringt ook door bij medewerkers, die vaker opperen: “Waarom kan het niet naar de voedselbank?” Dat bewustzijn is de laatste jaren enorm toegenomen. Gelukkig maar want tegelijkertijd wordt gesproken van een klantenverdubbeling bij voedselbanken in de toekomst. Thom: “We hopen dat het gelijke tred houdt met wat we binnenhalen want we geven gratis weg wat we gratis krijgen Door de coronatijd weten nog meer leveranciers ons te vinden. In het begin van de crisis stond de telefoon roodgloeiend van het aanbod, vooral uit de hele horeca-sector: groothandel, producenten, restaurants, sportclubs etc. Ook kregen we al het schoolfruit aangeboden. Begin mei is de toevoer nog steeds meer dan voor de crisis. We verwachten dat we blijven groeien. Landelijk zitten we nu al zo’n 30% boven wat we vorig jaar om deze tijd verwierven. We kunnen dus meer klanten van voedsel voorzien.